time and tide

time and tide (tijd en tij) is a cinematic essay on the nature of stilling.
In the ever-changing coastal scenery, filmmaker Marleen van der Werf follows the tides of the wind.
Her camera encounters the void of stillness as the natural scenery becomes the simile for the mental landscape.

‘time and tide’ is filmed at the North Sea coast, on the island Terschelling and in Bergen.

Sehensucht | Marleen van der Werf

‘tijd en tij’ is een cinematografisch essay dat tot stilte maant.
Langs de Noordzeekust volgt filmmaakster Marleen van der Werf de getijden van de wind.
Tijdloze natuurobservaties weerspiegelen een confrontatie met het verstillende landschap.

In de natuur gebeurt er vaker niets dan iets, maar in natuurfilms gebeurt er juist van alles. Hoe ziet een film er uit die juist de verstillende kracht van de natuur tracht te weerspiegelen? De film ‘tijd en tij’ toont de natuur ontdaan van spektakel. Filmmaakster Marleen van der Werf laat haar blik rusten op de wind en reduceert steeds verder in wat gezien en gehoord hoeft te worden. Zo ontstaat een momentum waarin de kijker de verstilling kan ondergaan. Het resultaat is een onconventioneel portret van het Nederlandse kustlandschap, waarin zich het verstillende gemoed weerspiegelt.

This project is part of the Teledoc Campus and currently in production with support of the Dutch Film Fund, Mediafonds, Cobo Fonds, Dutch Mountain Film and Wild Work Productions.

The film Time and Tide will premiere in the fall of 2018 at the Dutch Film Festival where it is nominated for a ‘Gouden Kalf’.

Juryrapport – tijd en tij – Nederlands Film Festival 2018:
De maker weet in deze verassende film het begrip natuurfilm een heel andere betekenis te geven. Dat is verfrissend, en het levert een contemplatieve, bijna spirituele film op. Onderzoek naar hoe film poëzie in beeld en geluid kan zijn, is ook voor een nieuwe generatie filmmakers van belang. Deze documentaire voegt iets toe aan het genre door niet voor de klassieke aanpak te kiezen; vermenselijking van dieren en de dramatisering van de natuur blijft uit. De film heeft een picturale kwaliteit, de beelden worden soms bijna abstract. De soundscape geeft enorme lading aan de beelden. De afwezigheid van de menselijke stem of muziek is weldadig.

De gedragingen van de dieren in de film lijken een metaforische betekenis te hebben, waarin kringloop en drang om te overleven centraal staat, maar nergens wordt dat een nadrukkelijk dominant thema. Het lukt de maker om de kijker zich betrokken te laten voelen met het wel en wee van de natuur. De apotheose is verrassend. Minutenlang zien we een veranderende zee, we kijken naar een zee zoals we er nog nooit naar gekeken hebben.